Engelse taal

Wij van Rijnmond roeien wel eens in wherries. Deze bootjes zijn in ons land erg populair als toerboot. Lekker tempootje van acht kilometer per uur, babbelen op de stuurplaats en gemakkelijk wisselen. Omslaan onmogelijk. Ruimte genoeg voor een tent, picknickmand of wat je maar wilt. Perfect voor het doel geschikt.
De naam wherry doet vermoeden dat het een Engels type boot is, maar dat is niet waar. De wherries zoals wij ze kennen komen alleen maar in Nederland voor. Met één uitzondering: ze zijn ook populair in Argentinië. Waarom weet niemand. De naam was in elk geval al lang bekend vóór de komst van Maxima naar Nederland.
Wherry is wel een Engels woord. Het is niet bekend waar deze naam vandaan komt. Wat de Engelsen een wherry noemen, is een heel ander type boot dan onze wherry. Eigenlijk is de Engelse wherry een passagiersroeiboot, zeg maar een antieke watertaxi. De originele Thames wherry kon acht passagiers vervoeren. De voorsteven stak ver vooruit en liep schuin omhoog om passagiers over de boeg te laten in- en uitstappen. Er varen in Engeland trouwens veel meer wherries in alle maten en vormen. Zo zijn de Norfolk wherry en de Tyne wherry overnaadse zeilschepen van een meter of vijftien.
Gebaseerd op het ontwerp van de Thames wherry ontstond de Thames skiff. Die boot lijkt totaal niet op onze skiff, maar veel meer op wat wij een wherry noemen. Net zoals bij de wherry bestaan er ook zeilskiffs, alleen niet zo groot als de zeilwherry. Wat wij weer op onze beurt een skiff noemen, heet in het Engels een single scull.
De meest beroemde botenbouwer in Engeland is Mark Edwards. Hij kreeg voor zijn werk zelfs de onderscheiding Member of the British Empire. Mark bouwt vooral recreatieve roeiboten voor op de Thames. Hij maakt het helemaal bont met de naamgeving. Zijn meest verkochte boottype is een kruising tussen de Engelse skiff en de Engelse wherry. Zelf zegt hij daarover: “It’s not a skiff, it’s not a wherry. It’s a skerry.”
Kunt u het nog volgen? Geen schande: sinds het Brexit referendum kan niemand de Britten nog volgen.

Ongelukken melden

Waarom worden ongelukken of bijna-ongelukken op het water zo slecht gemeld? Ik roei nu een jaar of zeven en heb al heel wat schades gezien die niet gemeld waren. Sterker nog: er waren schades die niet eens meer herleidbaar waren tot de gebruiker. Verstopte schades, zullen we maar zeggen.
Schade is meestal een verzekeringskwestie. In 2019 moest de verzekering aan onze vereniging enkele duizenden euro’s uitkeren. “We zijn er toch voor verzekerd?” is een gemakkelijke verzuchting. Dat klopt. Maar de premie is wel gekoppeld aan de schade-uitkeringen. Hoe meer schades, hoe hoger de premie. Nog los daarvan staat de eigen bijdrage van 150 euro per gebeurtenis. Niet zo gek, dus, om de schade te beperken. Dan hebben we het nog niet eens over de belasting van de materiaalcommissie. Het kost weken werk. Overigens kennen wij niet het gebruik om individuele leden aansprakelijk te stellen via hun persoonlijke WA. Dat doen sommige verenigingen wel.
Godzijdank zijn de schades meestal materieel en hebben persoonlijke ongelukken zich zelden voorgedaan. Toch kan het in het water dramatisch aflopen. Dat hebben we nog niet zo lang geleden gezien bij Arnhem.
Er is dus meer dan genoeg reden om (bijna-)ongelukken te voorkomen. Het melden en analyseren van de toedracht is daartoe een belangrijk instrument. Waarom gebeurt dat dan niet? Is het schaamte? Is het schuldgevoel? Is het stoerheid? Is het nonchalance? Ik weet het niet. Stel je voor dat Shell Pernis of de KLM of de OK van Dijkzigt op deze manier met (bijna-)ongelukken zouden omgaan.
Daar moet je niet aan denken, zou je zeggen. Nee, dus, daar moet je juist wél aan denken. Of gaan we pas melden als het kalf … ik bedoel de roeier … verdronken is?

Antifase roeien

Laura Cuijpers maakte recent naam met haar proefschrift waarin ze roeiers in antifase liet roeien: dus niet synchroon halen -in fase- maar ná elkaar -antifase-. Haar redenering is wel leuk. Door allemaal tegelijk op te rijden heb je veel tegenwicht tijdens elke recover, waardoor de boot wordt afgeremd. Door het om de beurt te doen, zou dit effect minder zijn en zou de boot soepeler lopen. Voor de liefhebbers van motoren: net als een rijtje zuigers in het motorblok. De media brachten het nieuws als het ei van Columbus, zoals media gebruikelijk doen. Daardoor lijkt het dat Cuijpers met een nieuwe truc gepromoveerd is. Maar dat is bepaald niet zo.
Haar proefschrift handelt over de manier waarop roeiers bewegingen coördineren en over hoe er door een gecoördineerde beweging balans ontstaat. Het komt erop neer dat alleen een logische volgorde in de beweging leidt tot balans en snelheid. We kennen allemaal de situatie -en dat niet alleen tijdens de instructie!- dat de roeiers ongecoördineerd aan het halen zijn. Dan schommelt de boot vervaarlijk van de ene naar de andere kant.
Het idee van antifase roeien is oud. Het proefschrift is alleen al leuk vanwege de historie die Cuijpers erin beschrijft. De Russen experimenteerden in de 70-er jaren een gestuurde acht met de naam Dzintars (barnsteen). Om niet nader verklaarde reden zat de stuur in het midden: om ruimte te maken of de boot maximaal te balanceren? Maar antifase roeien is nog veel ouder. Het allerleukste is een fantastisch Engels filmpje van een acht, te vinden bij Google onder jazz-rowing of bij Youtube bij Syncopated Rowing (1929). Je blijft ernaar kijken.

Onze Rotterdamse Baan

Op de zondag van de finales van de afgelopen Worldcup roeien op de WA Baan volgde ik het radiocommentaar van NOS Sport; Het ging ongeveer zo: … vanaf de Willem Alexander Baan in Rotterdam, nou ja Rotterdam … Zevenhuizen … haast geen publiek … erg afgelegen … heel winderig … moeite om in hun baan te blijven. Dit was zo ongeveer het commentaar op het moment dat skiffeuse Lisa Scheenaard haar finale roeide en de derde plaats pakte. Een wereldprestatie.

Ik kan om dit soort commentaar zó boos worden. Het heeft namelijk niets te maken met de Willem Alexander Baan en al helemaal niet met de sport. Bij skiën hoor je toch ook nooit dat het koud is, of dat de sneeuw nogal verblindt.

Het heeft alleen maar te maken met de vergelijking Bosbaan-Willem Alexander Baan. Ja, ja, de Bosbaan is beschut, knus, gezellig, gemakkelijk bereikbaar met het OV en Amsterdam. Maar dat is het dan ook. Voor al het overige kun je veel beter naar Rotterdam komen, van mijn part naar Zevenhuizen. Hier ligt een roeibaan van wereldniveau. Punt uit. Dus voortaan trots op onze baan en weg met dat foute imago. Hé koning Willem Alexander: de baan draagt niet voor niets jouw naam. Zeg jíj d’r eens wat van!

Royal Rowing Rijnmond Rotterdam

Dit is de eerste Paul's Blog in -hopelijk- een lange en gewaardeerde reeks over roeivereniging Rijnmond en alles wat met roeien te maken heeft. En ik zet maar meteen hoog in. De eerste roeihaal is een daalder waard, jatochniettan? We beginnen op een plaats die bepaald niet over goed roeiwater beschikt, eerlijk gezegd helemaal geen roeiwater, namelijk Nieuw-Buinen in Drenthe. Daar is het keramiekmuseum gevestigd in een deel van de keramiekfabriek van Royal Goedewaagen. Mij viel tijdens mijn bezoek op dat deze firma Royal Goedewaagen heet, maar in het verleden de titel Koninklijk droeg. Aha, dat vroeg om uitleg. Die kreeg ik slechts ten dele. Wat de reden was dat de titel Koninklijk was afgenomen, werd mij niet verteld. Wel begreep ik dat Royal hetzelfde uitstraalt, maar niet beschermd is. Iedereen mag zich Royal noemen.

Nu snel terug naar het roeien. Er zijn Koninklijke roeiverenigingen. Okee, die zijn wat ouder dan Rijnmond maar so what? Moeten we dan twee en zestig jaar wachten voordat we eindelijk koninklijk zouden kunnen worden? Dat duurt te lang, in elk geval voor mij. Ik wou maar zeggen: één en één is nog altijd twee. Dus waarom Rijnmond niet Royal genoemd? Dan lijkt mij Royal Rowing Rijnmond Rotterdam een naam waar de internationale allure vanaf spat. Ik weet natuurlijk niet of dit voorstel door het bestuur zou komen. laat staan door de Algemene Leden Vergadering. Maar ik weet wel dat ze er in Rotterdam van zullen staan te kijken. En vér daarbuiten.